World Day of the PoorGedachten bij de Werelddag van de armen 2019  

Ans en Willem hebben twee kinderen, waarvan één zwaar gehandicapt is. De zorg voor dit kind drukt zwaar op het gezin en hun huwelijk blijkt er niet tegen bestand. Na de scheiding komt de zorg vooral op Ans neer. Ze zegt haar baan op en komt in een uitkering terecht. Met de extra zorgkosten die ze heeft komt ze in de financiële problemen.

 

René heeft een eigen bedrijf. Maar zijn huwelijk loopt mis, hij raakt in een depressie en zijn bedrijf gaat failliet. René opent zijn post niet meer en komt in de schulden terecht.

Pieter en Karin hebben allebei een goede baan. Ze hebben een hoge hypotheek voor hun huis, maar kunnen dat betalen met hun beider inkomens. Pieter krijgt een zwaar ongeluk en wordt arbeidsongeschikt. Ze kunnen hun hypotheek niet meer opbrengen en raken in de schulden.

Zevenhonderdduizend mensen hebben ernstige betalingsachterstanden las ik vorige week zaterdag in een landelijke krant. Dan gaat het zeker niet alleen over mensen met een klein inkomen. Ook mensen met een behoorlijk inkomen kunnen flinke schulden hebben.

De Gelderlander van afgelopen week berichtte dat in Arnhem 1 op de 5 huishoudens moeite heeft om rond te komen.

1 op de 9 kinderen groeit op in een gezin dat leeft op of onder de armoedegrens

Het beeld dat alleen mensen die geen baan hebben te maken krijgen met armoede, klopt niet. 40% van de mensen die arm zijn heeft betaald werk: onder hen zzp-ers, flexibele arbeidskrachten, mensen met een nul uren contract of een andere kleine baan

Vorige week is het Onderzoek Armoede in Nederland 2018 gepresenteerd. Het werd uitgevoerd door kerken en diaconale organisaties. Ook onze eigen PCI, de parochiële caritas, deed er aan mee. Uit het onderzoek bleek dat kerken in 2018 weer meer vragen om hulp hebben gekregen en weer meer hulp hebben gegeven.

Leven in armoede en met schulden heeft grote gevolgen voor mensen. Ik noem er een paar.

Er is weinig of geen geld om deel te nemen aan activiteiten of verenigingen om familieleden of vrienden te bezoeken die verder weg wonen. Naar een verjaardag gaan is lastig, want dat word je geacht een cadeautje mee te brengen. Veel mensen schamen zich om er voor uit te komen en houden liever hun mond. Leven in armoede en schulden brengt zo het risico met zich mee van sociaal isolement, eenzaamheid en als gevold daarvan depressies.

Leven met schulden geeft daarnaast vaak veel stress. Veel mensen schamen zich om er voor uit te komen en houden liever hun mond.

Geldproblemen kunnen je zo in beslag nemen en zoveel stress geven dat je niet meer helder kunt denken. Mensen nemen beslissingen die voor de korte termijn gunstig uitpakken, maar die op de langere termijn juist meer problemen kunnen veroorzaken.

Chronische stress is slecht voor lichaam en geest. Zo vergroot het het gevaar op hart- en vaatziektes en de kans op overgewicht. Mensen kunnen medisch specialisten of de tandarts gaan vermijden uit angst voor de kosten die dat met zich mee kan brengen.

Geldzorgen zijn een belangrijke bron van relatieproblemen.

Armoede kan een risico zijn in het opgroeien van kinderen tot gezonde volwassenen. Kinderen die leven in armoede kunnen veel minder meedoen aan zaken die voor andere kinderen de normaalste zaak van de wereld zijn, zoals deelnemen aan clubs en activiteiten. Het kan zijn dat ze daardoor minder uitgedaagd worden om zichzelf te ontwikkelen en hun talenten te ontdekken.

Daarnaast lopen ze het risico dat ouders zo in beslag genomen worden door de financiële problemen dat ze te weinig oog hebben voor wat hun kinderen nodig hebben.

Wat heeft dit met geloof te maken, zul je je misschien afvragen. Paus Franciscus heeft twee jaar geleden de Werelddag van de Armen ingesteld. In de brief die hij dit jaar schreef ter gelegenheid van deze Werelddag zegt hij o.a: ‘het is nooit mogelijk de dringende oproep die de Heilige Schrift namens de armen doet, te omzeilen. Waar men ook kijkt, het Woord van God wijst erop dat armen het noodzakelijke om te leven niet hebben omdat ze afhankelijk zijn van anderen. Zij zijn de onderdrukte, de nederige, degene die uitgestrekt ter aarde ligt. Toch had Jezus ten opzichte van deze ontelbare schare van behoeftigen geen angst om zich met ieder van hen te vereenzelvigen: “Al wat gij gedaan hebt voor één van deze geringsten van mijn broeders en zusters hebt gij voor Mij gedaan” (Mat. 25, 40). Daarmee zet Jezus de zorg en betrokkenheid bij mensen die het moeilijk hebben in het centrum van het geloof. Want in die zorg en betrokkenheid kunnen we Jezus zelf ontmoeten.

De God die Jezus heeft willen openbaren is deze: een edelmoedige, barmhartige Vader, onuitputtelijk in zijn goedheid en genade, die vooral aan degenen die teleurgesteld en zonder toekomst zijn, hoop geeft.

In de nabijheid van de armen ontdekt de Kerk dat zij een volk is dat, verspreid over zoveel naties, de roeping heeft ervoor te zorgen dat niemand zich een vreemdeling of buitengesloten voelt, omdat zij allen betrekt bij een gemeenschappelijke weg van heil. Tot zover de woorden van de paus.

In de eerste lezing die we zojuist hoorden, (Lev. 25, 8 – 19) hoorden we over het jubeljaar. Eens in de 50 jaar werd, wat scheefgegroeid was in de bezitsverhoudingen en daarmee vaak ook in de sociale verhoudingen tussen mensen, weer werd rechtgezet. Er is discussie over of dit ooit wel gepraktiseerd is in het oude Israël, maar er zit een diep geloof en een wijze van denken onder die onze huidige denk- en handelswijze, onze omgang met bezit, onder kritiek stelt en die ook ons kan inspireren: nl dat de aarde en alles wat het voortbrengt aan voedsel en grondstoffen, ten diepste, niet van ons is. Het is ons allemaal gegeven.

We worden uitgenodigd om goede rentmeesters te zijn. Niet om het ons toe te eigenen, want wat de aarde ons geeft, is van God.

Hoe we met bezit omgaan, de omgang met de armen, het heeft alles te maken met de omgang met God zelf. In het omgaan met de schuldenproblematiek is de basis de ander zicht blijven geven op een goed leven. En een goed leven betekent een leven dat bevrijd is van alles wat gevangen houdt. Schulden zijn zo’n gevangenis die je onvrij maakt in handelen maar ook in denken. We zijn geschapen om vrij voor Gods aangezicht te kunnen leven, om de talenten die we meegekregen hebben in ons leven te kunnen ontplooien, om de mens te worden zoals God ons bedoeld heeft. Daarvoor is het belangrijk dat mensen na verloop van tijd weer nieuwe kansen krijgen en een nieuw begin kunnen maken. Dat we dat, in regels, maar ook in onze omgang met elkaar, mogelijk maken. Niet alleen voedsel en grondstoffen zijn ons gegeven, we zijn ook aan elkaar gegeven. ‘Al wat ge gedaan hebt, voor één van de geringsten van mijn broeders en zusters hebt ge voor Mij gedaan’.

Fotokrant

Go to Top